Banner

Een beetje geschiedenis.

(toespraak gehouden door de voorzitter, René Vandenhout, tijdens de receptie in lokaal Sint-Pieter, Grote Markt, Turnhout, op vrijdag 15 oktober 1993, ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van TUSK).

Beste Genodigden, Spelers, Oud-Spelers, Sympathisanten allemaal, Mevrouwen, Mijne heren,

In naam van de Koninklijke Turnhoutse Schaakkring heet ik u allen welkom op de viering van ons 65-jarig bestaan.

Op dinsdagavond, 30 oktober 1928 zaten elf schaakliefhebbers rond de tafel om in Turnhout een schaakclub op te richten. Negen dagen later werden de statuten goedgekeurd. In Artikel 1 lezen we: "De Turnhoutse Schaakclub heeft voor doel eene vereeneging te houden voor liefhebbers van het schaakspel om het schaken te beoefenen en te bevorderen."

Februari 1929: start van het eerste clubkampioenschap. De toenmalige bijdrage bedroeg 10,- fr., te voldoen in twee halfjaarlijkse stortingen van 5,- fr. Op 30 juni 1933 volgde de aansluiting bij de "Vlaamschen Schaakbond", en rond die tijd trokken negen leden van de club voor de eerste keer de grens over, om, zo staat er in de annalen: "De Tilburgenaars in eigen vesting aan te pakken en ze eens te kwikken." Het zou 5-4 worden voor Tilburg.

In die dagen beleefde de club een grote bloei, er werd gewedijverd met Philips Eindhoven, Berchem, Tilburg, Breda, Leuven, Goirle, Oirschot. Na enkele overwinningen nam de euforie toe. Er zou een offensief gestart worden om nieuwe leden te werven. Het lukte.

Toch zou de club haar hoogte- en dieptepunten kennen, haar ups-and-downs. Vlak voor de tweede wereldoorlog, en ook tijdens de eerste jaren ervan, trad een heel stille periode in, tot in het voorjaar van 1943, vooral onder de impuls van Dokter Baert en Paul Janssen, en met de overgang naar Café Lindenhof, de Turnhoutse Schaakclub een tweede, grote bloei tegemoet ging. Het clubkampioenschap is er weer, er komt een zomertornooi in twee categorieën, de geestdrift stijgt, de motivatie groeit, zoals uit de annalen blijkt. Ik citeer: "Voor het eerst ziet men hier en daar een speler de opening "volgens het boekje" behandelen.

Ronkende namen worden in de lucht geslingerd en er wordt met de meest Bargoens klinkende woorden gegoocheld!" En wanneer, in december 1943, naar Antwerpen wordt gereisd om de club "Het Schaakbord" partij te geven, schreef men: "In den tram naar Antwerpen werden ten allen kante schaakbordjes bovengehaald en vol ijver werd nog eens voor de laatste maal geoefend." 1944 wordt een mijlpaal in de clubhistorie: er is de aansluiting bij de Belgische Schaakbond, een bibliotheek wordt opgericht, notatieblaadjes worden verplicht, er wordt in krant en café propaganda gemaakt, vele nieuwe leden sluiten aan, talrijke tornooien worden ingericht en in mei komt meester O'Kelly, kampioen van België, een simultaan geven aan 22 borden, in ruil voor één kilo boter en een envelopke met de reisonkosten erin.

De bevrijding kwam eraan, de oorlog liep ten einde en toch draaide de club niet meer op volle toeren. Er trad een zekere malaise in. Maar in december '49, zo vertelt de kroniekschrijver, schoot de secretaris, die met vrijen en trouwen het edele schaakspel haast vergeten was, plots wakker en begon al wat mogelijk clubkandidaat was op te trommelen. 't Mocht even niet baten, niet voor lang, in '51 zat de mot er weer in. Men had wat anders te doen, het vlotte niet, iedereen stak de schuld op iedereen. De caf├ębaas wat te lomp of te blauw, men zocht een ander lolkaal. Toch zouden enkele trouwe leden zorgen voor de continu├»teit in het bestaan van de Turnhoutse Schaakclub verzekerd bleef.

En dán komt de memorabele vierentwintigste november 1972, dé historische heropstandingsdatum.

Enkele leraars van Horito gingen, zochten en vonden een nieuw lokaal. Sint-Pieter op de Grote Markt. Ze plaatsten een artikel in "Gazet van Turnhout" om leden te werven. Binnen de kortste keren sloten er 34, later zelfs 51 leden aan. Het nieuwe clubkampioenschap kon starten, maar er was een groot gebrek aan materiaal. Ieder bracht zijn eigen bord en stukken mee.

Het past hier een eresaluut te geven aan André Neyrinck, één der grootste animators in deze dagen van wederopbloei. Hij combineerde in de aanvang de functies van voorzitter, secretaris en penningmeester en speelde het klaar om elke vrijdag weer enkele nieuwe, zelfgemaakte borden mee te brengen.

Telkens was er een flinke opkomst voor ontmoetingen tegen Tilburg, Geel en andere Kempische clubs. In 1974 startte de Turnhoutse Schaakkring in de "Zilveren Toren", waaraan sindsdien altijd met één of meerdere ploegen werd deelgenomen. In 1978 vierden we ons gouden jubileum met een receptie op het stadhuis en vanaf dan mochten we het predikaat "Koninklijk" in ons vaandel voeren.

Voortaan werd regelmatig deelgenomen aan de Nationale Interclubs, er kwam een verzorgd clubblaadje en vanaf 1983 werden de ontmoetingen met Zundert en met Janssen Pharmaceutica een blijvende traditie. Er waren ook de diverse keren dat Jef Boey onze club een simultaanvoorstelling aanbood.

De Turnhoutse Schaakkring heeft altijd getracht de jeugd bij de clubwerking te betrekken: we denken aan de lessenreeks "Jeugd speelt schaak" en aan het Turnhoutse Scholenschaaktornooi, jarenlang door onze club ingericht, aan de jeugdopleiding in "De Warande", tijdens de zondagvoormiddagen, onder de bezielende leiding van Ronny Van Bladel.

De Turnhoutse Schaakkring probeerde altijd een gezond evenwicht te zoeken tussen prestatie en gezelligheid. De ernst van een clubkampioenschap of een tornooi werd afgewisseld met een uitstap, een barbecue, een uitlopende analyse bij pot en pint.

Laten we vanavond het glas heffen op het verleden van onze club, op de 65 jaren, op die velen die de club hebben gesteund, uitgebreid, rechtgehouden.

Laten we drinken op het heden, op deze avond, op deze viering, op uw belangstellende aanwezigheid.Maar laten we vooral klinken op de toekomst van onze club, op onze jeugd, op de wil om op de ingeslagen weg verder te gaan. Uw aanwezigheid is voor ons in elk geval daartoe een flinke stimulans.

Hartelijk dank daarvoor!

René Vandenhout,
Voorzitter

Banner